Polychromie architecturale –
kleurcollecties van Le Corbusier

Le Corbusier was zonder twijfel één van de belangrijkste en meest invloedrijke architecten van de twintigste eeuw.

Voor hem was de kleur van een gebouw cruciaal:

'De kleur is in de architectuur een even belangrijk aspect als de plattegrond en de snit. Of nog beter: de polychromie is een onderdeel van de plattegrond en de snit zelf.'

Vanuit zijn diepe inzicht als kunstenaar ontwikkelde Le Corbusier in 1931 de eerste kleurencollectie die bestaat uit 43 architectuur gerelateerde kleuren in twaalf sferen, die hij expressieve namen gaf, zoals ruimte, hemel, fluweel en zand. In 1959 vulde hij deze collectie aan met 20 diepe en dynamische tinten: oplichtende en gekleurde nuances, en krachtige en aardse kleurwaarden en diep zwart.

De kleurkeuze van Le Corbusier was subjectief; hij koos kleuren uit de natuur in een historische, artistieke en associatieve context. Maar misschien juist daardoor onderscheiden beide collecties zich door een unieke esthetiek die ook na tientallen jaren niets aan schoonheid, kracht en actualiteit hebben ingeboet.

Alle tinten van de kleurcollecties kunnen harmonieus met elkaar worden gecombineerd. Op die manier is de Polychromie architecturale niets minder dan een praktisch instrument en kunstwerk in één.